Duitse grammatica, uitgelegd met liedjes
13 korte lessen over de Duitse grammatica waar echte liedjes op leunen. Elke les legt het punt eenvoudig uit en noemt de liedjes op Verbomatico waarin je het hoort.
De vier naamvallen: der, den, dem, des
Het Duits laat niet met de woordvolgorde zien wie wat doet, maar met het woordje vóór het zelfstandig naamwoord.
Der Mann sieht den Hund betekent «de man ziet de hond»; in Den Mann sieht der Hund is het nog steeds de hond die ziet, ook al staat de man vooraan.
De nominatief is het onderwerp, de accusatief het lijdend voorwerp, de datief wie iets krijgt (ich gebe dem Kind das Buch), de genitief de bezitter (das Auto des Vaters).
Het Nederlands heeft die naamvallen verloren — alleen in vaste uitdrukkingen als «ten slotte» of «des te beter» zie je er nog iets van.
Te horen in: Auf uns (Andreas Bourani) · Durch den Monsun (Tokio Hotel) · Gut Genug (KITSCHKRIEG feat. Blumengarten & Shirin David) · Mensch (Herbert Grönemeyer) · Straße (Cave x Amo x Soufian) · Vielleicht Vielleicht (MilleniumKid x JBS)
Het werkwoord op de tweede plaats — en helemaal achteraan
Net als in het Nederlands staat de persoonsvorm in een Duitse hoofdzin op de TWEEDE plaats, wat er ook vooraan staat.
Ich gehe heute ins Kino. Maar: Heute GEHE ich ins Kino — begin je met iets anders, dan springt het onderwerp achter het werkwoord.
In de bijzin gaat het werkwoord helemaal naar het eind: …weil ich heute ins Kino gehe.
Het verschil met het Nederlands zit aan dat eind: het Duits zet eerst het deelwoord en dan pas het hulpwerkwoord — dass ich gegangen bin.
Te horen in: An meiner Seite (Helene Fischer) · Auf uns (Andreas Bourani) · Durch den Monsun (Tokio Hotel) · Gut Genug (KITSCHKRIEG feat. Blumengarten & Shirin David) · Mensch (Herbert Grönemeyer) · Straße (Cave x Amo x Soufian) · Von hier an blind (Wir sind Helden)
Werkwoorden die in tweeën breken
Net als in het Nederlands bestaan veel Duitse werkwoorden uit een voorzetsel plus een werkwoord, en bij het vervoegen vliegt het eerste deel naar het eind van de zin.
aufstehen → ich stehe um sieben Uhr AUF · mitkommen → kommst du MIT?
In het voltooid deelwoord komt ge- ertussen: aufgestanden, mitgekommen — precies zoals opgestaan en meegekomen.
Samen blijven ze alleen in de infinitief en aan het eind van een bijzin (…weil ich aufstehe).
be-, ver-, er-, ent-, zer- scheiden nooit, en hun deelwoord krijgt helemaal geen ge-: verstehen → verstanden.
Te horen in: Atemlos durch die Nacht (Helene Fischer) · Gut Genug (KITSCHKRIEG feat. Blumengarten & Shirin David) · Komet (Udo Lindenberg x Apache 207) · Leuchtturm (Nena) · War nie weg (Ufo361 feat. Souly & Blumengarten) · Wir sind groß (Mark Forster)
Uitgangen van het bijvoeglijk naamwoord: wat ervoor staat beslist
Een Duits bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord krijgt ALTIJD een uitgang, en welke hangt af van het woord ervoor.
Na der, die, das is het lui: -e in de nominatief enkelvoud, verder bijna overal -en — der alte Mann, den alten Mann, die alten Häuser. Dat is de zwakke buiging, die in de tabel staat.
Na ein, kein en de bezittelijke woorden moet het bijvoeglijk naamwoord zelf het geslacht laten horen, want ein kan dat niet: ein alter Mann, ein altes Haus.
Zonder lidwoord draagt het de hele naamvalsuitgang alleen: kalter Wind, mit kaltem Wind.
Veel meer werk dan de Nederlandse -e (de oude man, een oud huis), maar één vuistregel helpt: meervoud, datief en na den is het -en.
Te horen in: An meiner Seite (Helene Fischer) · Durch den Monsun (Tokio Hotel) · Komet (Udo Lindenberg x Apache 207) · Straße (Cave x Amo x Soufian) · Von hier an blind (Wir sind Helden) · War nie weg (Ufo361 feat. Souly & Blumengarten) · Wir sind groß (Mark Forster)
Wohin of wo: het voorzetsel dat van naamval wisselt
Negen voorzetsels — an, auf, hinter, in, neben, über, unter, vor, zwischen — krijgen de accusatief OF de datief, en die keuze verandert de betekenis.
Is er beweging naar een plek toe, dan accusatief: Ich gehe in die Stadt · Er legt das Buch auf den Tisch.
Beweegt er niets, dan datief: Ich bin in der Stadt · Das Buch liegt auf dem Tisch.
De test is een vraag: wohin? → accusatief; wo? → datief.
Daar komen ook de korte vormen ins, im, ans, am vandaan: het voorzetsel smelt samen met het lidwoord (in das, in dem).
Te horen in: Durch den Monsun (Tokio Hotel) · Inundauswendig (The Chainsmokers x makko) · Komet (Udo Lindenberg x Apache 207) · Leuchtturm (Nena) · Vielleicht Vielleicht (MilleniumKid x JBS) · War nie weg (Ufo361 feat. Souly & Blumengarten) · Wir sind groß (Mark Forster)
Het perfectum: haben of sein
In gesproken Duits — en in liedjes — staat het verleden in het perfectum, niet in het imperfectum: ich habe gesungen eerder dan ich sang.
De meeste werkwoorden gebruiken haben: ich habe dich gesehen, wir haben getanzt.
Werkwoorden van beweging en van verandering van toestand krijgen sein: ich bin gegangen, sie ist geblieben, er ist eingeschlafen — dezelfde verdeling als hebben en zijn.
Het deelwoord gaat helemaal naar het eind van de zin: Ich habe dich gestern Abend gesehen.
Zwakke werkwoorden maken ge-…-t (gemacht), sterke ge-…-en met een andere klinker (gesungen, genommen).
Te horen in: An meiner Seite (Helene Fischer) · Atemlos durch die Nacht (Helene Fischer) · Inundauswendig (The Chainsmokers x makko) · Komet (Udo Lindenberg x Apache 207) · Mensch (Herbert Grönemeyer) · Von hier an blind (Wir sind Helden) · War nie weg (Ufo361 feat. Souly & Blumengarten)
Modale werkwoorden: können, müssen, wollen
Modale werkwoorden zeggen wat je kunt, moet, wilt of mag, en sturen het andere werkwoord als kale infinitief naar het eind van de zin: Ich kann heute nicht schlafen.
In het enkelvoud zijn ze onregelmatig, en de ich-vorm is precies gelijk aan de er-vorm, zonder uitgang: ich kann / er kann · ich muss / er muss · ich will / er will.
Twee valkuilen: ich will betekent «ik wil», niet «ik zal»; en möchte is het beleefde «ik zou graag».
In de bijzin staat het modale werkwoord helemaal achteraan, achter zijn eigen infinitief: …weil ich nicht schlafen kann.
Te horen in: Durch den Monsun (Tokio Hotel) · Inundauswendig (The Chainsmokers x makko) · Komet (Udo Lindenberg x Apache 207) · Leuchtturm (Nena) · Vielleicht Vielleicht (MilleniumKid x JBS) · War nie weg (Ufo361 feat. Souly & Blumengarten) · Wir sind groß (Mark Forster)
Konjunktiv II: wensen en beleefde verzoeken
Als het Duits over iets onwerkelijks praat — een wens, een voorwaarde, een voorzichtige vraag — gebruikt het de Konjunktiv II.
De vormen die je het vaakst hoort zijn de korte: wäre, hätte, könnte, würde, möchte — Ich wäre gern dort · Hättest du Zeit?
Voor de andere werkwoorden neemt men liever würde + infinitief, want bij een zwak werkwoord is de Konjunktiv II precies gelijk aan de verleden tijd (machte = machte): Ich würde dich anrufen.
Het is ook de beleefde toon: Könnten Sie mir helfen? klinkt veel zachter dan Können Sie mir helfen?
In liedjes is het de wijs van het verlangen: Wenn ich fliegen könnte, wäre ich längst dort.
Drie geslachten, en een meervoud dat het woord verbouwt
Elk Duits zelfstandig naamwoord is der, die of das, en dat leer je samen met het woord: nooit Mond alleen, altijd der Mond, die Sonne, das Herz.
Uitgangen helpen: -ung, -heit, -keit, -schaft en -ei zijn vrouwelijk; -chen en -lein zijn onzijdig en maken het woord klein (das Mädchen); -er voor een persoon is mannelijk.
Waar het Nederlands twee lidwoorden heeft, heeft het Duits er drie, en ze vallen niet netjes samen: die Sonne is vrouwelijk, terwijl de zon gewoon een de-woord is.
Het meervoud is geen enkele uitgang maar vijf, vaak met umlaut: der Mann → die Männer, die Frau → die Frauen, das Auto → die Autos.
In het meervoud is het lidwoord altijd die, en in de datief meervoud krijgt het woord zelf nog een -n: mit den Kindern.
Te horen in: An meiner Seite (Helene Fischer) · Atemlos durch die Nacht (Helene Fischer) · Gut Genug (KITSCHKRIEG feat. Blumengarten & Shirin David) · Leuchtturm (Nena) · Mensch (Herbert Grönemeyer) · Straße (Cave x Amo x Soufian) · Von hier an blind (Wir sind Helden)
nicht of kein — precies jouw niet en geen
Het Duits splitst de ontkenning op dezelfde manier als het Nederlands: kein is geen, nicht is niet.
kein staat voor een zelfstandig naamwoord met ein of zonder lidwoord: ich habe kein Geld (ik heb geen geld), ich sehe keinen Hund, das ist keine gute Idee.
Het verschil met geen is dat kein verbuigt zoals ein en dus ook de naamval draagt: keinen Hund in de accusatief, keinem Kind in de datief, keine Zeit blijft keine.
Al het andere is nicht, en het staat waar jij niet zet: Ich komme nicht · Der Kaffee ist nicht heiß · Ich sehe dich nicht.
Ook de plaats werkt hetzelfde: achteraan ontkent het de hele zin (Ich fahre morgen nicht), vlak voor één woord alleen dat woord — Ich fahre nicht morgen, sondern heute. En net als bij jou gaat nicht vóór alles wat aan het eind geparkeerd staat: Ich habe dich nicht gesehen, ich kann nicht schlafen.
Te horen in: Atemlos durch die Nacht (Helene Fischer) · Auf uns (Andreas Bourani) · Inundauswendig (The Chainsmokers x makko) · Mensch (Herbert Grönemeyer) · Vielleicht Vielleicht (MilleniumKid x JBS) · Von hier an blind (Wir sind Helden)
Vragen stellen: werkwoord voorop, of het W-woord
Hier verandert er voor jou bijna niets: de ja/nee-vraag zet het werkwoord vooraan, precies zoals in het Nederlands. Du kommst mit → Kommst du mit? · Sie singt gut → Singt sie gut?
De W-vraag zet het vraagwoord vooraan en het werkwoord er meteen achter, op zijn vaste tweede plaats: Wann kommst du? · Wo wohnst du? · Warum singt er das?
De woorden zelf lijken op de jouwe: wer, was, wo, wann, wie, warum, welcher. Alleen splitst «waar» in drie — wo (waar je bent), wohin (waar je heen gaat), woher (waar je vandaan komt) — en net als waar…heen mag wohin uit elkaar: Wo gehst du hin?
Het echte nieuws is de naamval. Waar jij altijd wie zegt, kiest het Duits: Wer sieht dich? maar Wen siehst du? en Wem gehört das?
En worüber, womit, wofür werken als jouw waarover, waarmee, waarvoor: Worüber singst du? — niet über was.
Te horen in: An meiner Seite (Helene Fischer) · Atemlos durch die Nacht (Helene Fischer) · Auf uns (Andreas Bourani) · Straße (Cave x Amo x Soufian) · Wir sind groß (Mark Forster)
De toekomst: werden doet het werk van zullen én worden
Wat het Nederlands over twee werkwoorden verdeelt, doet het Duits met één: zullen en worden zijn allebei werden.
Met een infinitief achteraan is het toekomst: Ich werde dich anrufen · Wir werden morgen fahren — jouw ik zal je bellen.
Zonder infinitief is het worden: Es wird kalt · Ich werde müde · Sie wird Ärztin. Er volgt dan alleen een bijvoeglijk naamwoord of een zelfstandig naamwoord, en de zin gaat over verandering, niet over later.
Net als bij jou wordt die toekomstvorm trouwens meestal overgeslagen: staat er al een tijdwoord, dan volstaat de tegenwoordige tijd — Morgen fahre ich nach Berlin, precies zoals morgen ga ik naar Berlijn.
En werden + infinitief drukt vaak eerder een vermoeden uit dan een tijdstip: Er wird wohl schon schlafen betekent dat hij nú waarschijnlijk slaapt.
Te horen in: Auf uns (Andreas Bourani) · Gut Genug (KITSCHKRIEG feat. Blumengarten & Shirin David) · Inundauswendig (The Chainsmokers x makko) · Leuchtturm (Nena) · Vielleicht Vielleicht (MilleniumKid x JBS)
Betrekkelijke bijzinnen: die, dat — maar met naamvallen
De bouw ken je al: de bijzin begint met der, die of das en het werkwoord gaat helemaal naar achteren, net als bij jouw die en dat. Das ist der Mann, der dort singt.
Het nieuwe is de naamval. Waar jij altijd die zegt, kiest het Duits per zin opnieuw: der Mann, DER mich sieht (onderwerp) · der Mann, DEN ich gestern gesehen habe (lijdend voorwerp) · der Mann, DEM ich geholfen habe (datief) · der Mann, DESSEN Auto dort steht (bezit, jouw wiens).
Geslacht en getal komen dus van het woord ervóór, de naamval uit de bijzin zelf. In de datief meervoud wordt het denen: die Kinder, denen wir geholfen haben.
Het voorzetsel staat vóór het voornaamwoord: das Lied, von dem ich spreche — in verzorgd Duits geen wovon, waar jij gewoon waarover zegt.
En de komma is verplicht, ook op plekken waar het Nederlands er geen zet.
Oefen het met de liedjes
In de app heeft elke les oefeningen, voorbeeldzinnen en vervoegingstabellen die uit de liedjes komen die je leert.