Duitse uitspraak, uitgelegd met liedjes
9 korte lessen over hoe het duits echt klinkt: de klanken die het oor van een leerling mist, en waarom. Elke les noemt de liedjes waarin je het hoort.
De twee ch-klanken: ich en ach
Duits schrijft ch voor twee verschillende klanken, en de klinker ervoor beslist welke.
Na a, o, u en au is het de schrapende klank die je al hebt: dezelfde als in lachen en nacht — ach, Nacht, Buch, auch. De Duitse is alleen wat minder rauw dan de noordelijke Nederlandse g.
Na i, e, ä, ö, ü, ei, eu en na l, n, r komt de andere, een zachte sis vóór in de mond, ergens tussen je sj en een gefluisterde h: ich, mich, Licht, echt, durch, Mädchen.
Dat onderscheid maakt het Nederlands niet, en daar zit dus precies het werk: wie overal de harde keelklank gebruikt, klinkt meteen als een Nederlander die Duits spreekt.
Twee aantekeningen: hoort de s bij de stam, dan is chs gewoon ks — sechs, Fuchs, wachsen; en de uitgang -ig krijgt de zachte klank, dus König klinkt als «Könich» en wenig als «wenich».
Te horen in: Mensch (Herbert Grönemeyer) · Vielleicht Vielleicht (MilleniumKid x JBS)
De R achter in de keel, en de R die een klinker wordt
De Duitse R zit achter in de keel, niet op de tongpunt. Je Nederlandse huig-r werkt meteen: Regen, rot, braun, Freund. Alleen de rollende tong-r valt op als Nederlands.
Het tweede stuk krijg je er ook gratis bij. De uitgang -er is in het Duits geen medeklinker meer maar een donkere klinker, precies zoals in lekker en water: Vater, aber, wieder.
Hetzelfde gebeurt na een lange klinker: Uhr, mir, Tür en Jahr eindigen op die klinker en verder niets.
Waar je wél op moet letten is het verschil tussen bitte en bitter. Beide eindigen onbeklemtoond en zonder medeklinker, maar de eerste op een doffe e en de tweede op die donkere klank.
En dat is het enige verschil tussen «alsjeblieft» en «bitter» — in een liedtekst hoor je het aan niets anders.
Te horen in: Durch den Monsun (Tokio Hotel) · Straße (Cave x Amo x Soufian)
sp- en st- aan het woordbegin zijn «sjp» en «sjt»
Aan het begin van een woord zijn Duitse sp- en st- niet «sp» en «st» maar «sjp» en «sjt».
Stadt klinkt als «sjtat», Straße als «sjtrase», spielen als «sjpielen»; Stern, Sport en sprechen beginnen net zo.
Midden in een woord is de s gewoon weer een s: Wespe, Fenster, Kiste, beste, meistens.
Het Nederlands zegt spelen, staan en straat met een schone s, dus je gevoel wijst precies de verkeerde kant op — en let op: de Duitse klank is je sj van sjaal, niet je sch van school.
De regel kijkt naar de STAM, niet naar het woord. Een voorvoegsel zet hem niet uit (verstehen, aufstehen, bestellen), en in een samenstelling keert hij midden in het woord terug: Hauptstadt, Frühstück, Bahnsteig, Gaststätte.
Te horen in: Atemlos durch die Nacht (Helene Fischer)
z, s, ß en ss: drie vaste waarden
Drie letters met drie vaste waarden.
De z is altijd «ts», nooit de Nederlandse z: Zeit, zehn, zwei, tanzen, Herz. TZ klinkt hetzelfde: Katze, sitzen, jetzt. Hier zit de val — zwei is «tsvai», niet «zwai».
De s vóór een klinker is juist wél stemhebbend, en dat is precies jouw z van zon: Sonne, sagen, sieben, lesen, Rose. Het Nederlands schrijft die klank met een z, het Duits met een s.
ß en ss zijn de gewone scherpe s: Straße, heißen, weiß, müssen, wissen. De s aan het woordeinde ook: Haus, das, was.
De ß is geen letter om bang voor te zijn: hij zegt alleen dat de s scherp is, en dat maakt het hele verschil tussen reisen en reißen — «reizen» en «scheuren».
Te horen in: Inundauswendig (The Chainsmokers x makko) · Komet (Udo Lindenberg x Apache 207)
De ü en de ö: die heb je al
Deze twee heb je al. De Duitse ü is jouw uu van muur en duur; de Duitse ö is jouw eu van deur en neus.
Über, für, Tür, müde, Glück aan de ene kant; schön, hören, können, zwölf aan de andere.
Eén ding om uit elkaar te houden: de korte Duitse ü van Glück en müssen lijkt op de u van «put», maar de lange van Tür en über is echt de uu van «muur». Met de ui van «huis» heeft geen van beide iets te maken.
De ä is de makkelijkste: gewoon een e, lang of kort — spät, Mädchen, Bär.
De puntjes zijn geen versiering maar grammatica: Mutter en Mütter zijn enkelvoud en meervoud, schon en schön betekenen «al» en «mooi», konnte en könnte zijn verleden tijd en voorwaardelijke wijs.
Te horen in: Wir sind groß (Mark Forster)
Lange en korte klinkers: het derde signaal is nieuw
Dit systeem ken je al: in het Duits verandert de lengte van een klinker het woord, net als bij man / maan en zon / zoon.
Ook de dubbele medeklinker werkt hetzelfde als bij jou: die maakt de klinker ervoor kort — Mutter, kommen, Bett, Stimme, offen. Hij wordt dus niet dubbel uitgesproken.
Nieuw is het derde signaal. Het Duits schrijft een stomme h achter een klinker om hem lang te maken: Bahn, ihn, wohnen, mehr, Uhr, Jahr. Die h hoor je nooit; in gehen en sehen zit geen enkele blaasklank.
De verdubbelde klinker doet hetzelfde (Saal, Meer, Boot), en ie is gewoon een lange i: Liebe, sieben, wieder.
De paren om op te letten: Stadt en Staat, Ofen en offen, ihn en in, bieten en bitten. Het Duits spelt de lange klinker dus op drie manieren waar het Nederlands er twee kent.
Te horen in: War nie weg (Ufo361 feat. Souly & Blumengarten) · Wir sind groß (Mark Forster)
ei, ie en eu lezen
Twee van de drie krijg je cadeau, de derde is een val.
EI klinkt als jouw ij en ei: mein, Zeit, Wein, weiß, heißen. AI doet hetzelfde: Mai, Kaiser. De Duitse klank is iets opener, meer richting «aai», maar je gok is goed.
IE is gewoon jouw ie: Liebe, die, sieben, wieder, nie — een lange i, meer niet.
EU is de val. Het Duitse eu is níét jouw eu van deur, maar een «oi»: heute, Freund, neu, Deutschland. Het ligt dicht bij je ui, met een rondere eerste helft. ÄU klinkt precies hetzelfde: Häuser, träumen, Bäume.
Oefen op Wein en Wien, of op Beine en Biene: dezelfde twee letters omgedraaid, en het zijn «wijn» en «Wenen», «benen» en «bij».
Te horen in: Atemlos durch die Nacht (Helene Fischer) · Von hier an blind (Wir sind Helden)
d, b en g verscherpen aan het woordeinde
Deze regel heb je al: het Duits verscherpt het woordeinde net zoals het Nederlands. d wordt t, b wordt p, g wordt k.
Hand klinkt als «hant», Kind als «kint», halb als «halp», Tag als «tak», Berg als «berk» — precies het mechanisme van hond en heb.
De spelling verandert niet, want de zachte klank komt terug zodra er een uitgang achter staat: Hand maar Hände, Tag maar Tage, halb maar halbe.
Eén verschil is er wel: het Duits doet het ook binnen in een woord, aan het eind van een lettergreep. De d van Mädchen en de b van lebhaft zijn al verscherpt voordat het woord uit is.
En de rekening: Rat, «raad», en Rad, «wiel», klinken volstrekt hetzelfde, net als Bund en bunt of seit en seid. Alleen de zin eromheen beslist welk woord je gehoord hebt — en een liedtekst mag ze daarom op elkaar laten rijmen.
Te horen in: An meiner Seite (Helene Fischer) · Leuchtturm (Nena)
De glottisslag voor een klinker
Dit doe je al zonder erbij na te denken: vóór een woord dat met een klinker begint sluit je even de keel en laat je hem weer los.
Het Duits doet precies hetzelfde. ein Ei is niet «ei-nei» maar ein | Ei, met een schone snede ertussen — net als in jouw «het is» of «een uur». Zo ook am Abend, beim Essen, in Ordnung.
Het gebeurt ook midden in een woord, vóór een stam die met een klinker begint: be|obachten, ver|einen, Spiegel|ei, The|ater.
Voor jou is dit dus geen nieuwe klank maar een bevestiging: niet plakken, ook niet als het snel gaat.
Dat is meteen de reden dat Duits en Nederlands allebei gehakt klinken naast het Frans, dat juist alles aan elkaar bindt. In gezongen Duits verdwijnt de stoot grotendeels: de lange noot maakt hem zacht en de zin loopt door.
Te horen in: Auf uns (Andreas Bourani) · Gut Genug (KITSCHKRIEG feat. Blumengarten & Shirin David)
Oefen het met de liedjes
In de app heeft elke les oefeningen, voorbeeldzinnen en vervoegingstabellen die uit de liedjes komen die je leert.