Nederlandse uitspraak, uitgelegd met liedjes
8 korte lessen over hoe het nederlands echt klinkt: de klanken die het oor van een leerling mist, en waarom. Elke les noemt de liedjes waarin je het hoort.
De G en de CH: dezelfde schraap
G en CH zijn in het Nederlands dezelfde klank: een schraap achter in de keel, zonder dat de tong iets aanraakt.
In het noorden is hij hard en rasperig; ten zuiden van de rivieren en in België veel zachter. Beide zijn goed.
SCH is die schraap plus een s — maar aan het EIND van een woord is -SCH alleen een «s».
Dit is de klank waaraan iedere buitenlander wordt herkend, en de enige manier om hem te leren is hem overdrijven.
Te horen in: Als het avond is (Suzan & Freek)
Lang en kort: de duur verandert het woord
Een klinker is KORT in een gesloten lettergreep en LANG als hij verdubbeld wordt of als de lettergreep opengaat.
De duur is geen nuance: ze scheidt woorden die verder identiek zijn.
Daarom verandert de spelling bij het vervoegen: een lange klinker verdubbelt om lang te blijven, een korte verdubbelt de medeklinker om kort te blijven.
De woorden van dit nummer staan hieronder — houd de lange echt langer vast dan je natuurlijk vindt.
Te horen in: Brabant (Guus Meeuwis) · Rood (Marco Borsato)
De tweeklanken: één klank, twee letters
Een paar lettercombinaties vormen samen één klank, en geen van alle klinkt zoals de losse letters suggereren.
UI heeft in bijna geen enkele taal een tegenhanger: rond de lippen en glijd.
OE is gewoon een «oe» en geen tweeklank, hoewel het er zo uitziet.
Het zijn juist deze combinaties die het Nederlands zijn herkenbare vorm geven — de woorden van dit nummer staan hieronder.
Te horen in: Blijven slapen (Snelle & Maan) · Bloed, Zweet en Tranen (André Hazes)
Aan het eind wordt alles stemloos
Een B, D, V, Z of G aan het eind van een woord wordt uitgesproken als zijn stemloze partner: P, T, F, S, CH.
De spelling verandert niet mee, dus wat je schrijft en wat je zegt lopen uit elkaar.
Daarom wisselt de stam bij het vervoegen: de klank was al stemloos, de spelling loopt er alleen achteraan.
Hetzelfde geldt voor enkelvoud en meervoud: dezelfde letter klinkt anders naargelang er een klinker op volgt.
Te horen in: Het Regent Zonnestralen (Acda en de Munnik)
EI en IJ klinken precies hetzelfde
Twee verschillende spellingen, één klank. Er is geen enkel verschil te horen — Nederlanders noemen ze de korte ei en de lange ij, maar dat gaat alleen over schrijven.
Welke van de twee een woord krijgt, is pure geschiedenis: het valt niet af te leiden, alleen te onthouden.
Daarom is dit een van de klassieke spelfouten van moedertaalsprekers zelf.
De klank zelf ligt tussen de «e» en de «a» in en glijdt omhoog; het is geen «ei» zoals in andere talen.
Te horen in: Dansen aan zee (BLØF) · Ik leef niet meer voor jou (Marco Borsato)
De V, de F en de W
De Nederlandse V zit tussen de f en de v van andere talen in: hij is veel zwakker dan je denkt, en aan het begin van een woord klinkt hij vaak bijna als een f.
De W is geen Engelse w en geen Duitse v: de onderlip raakt de boventanden heel licht, zonder dat er echt lucht schuurt.
Het verschil tussen die drie is klein maar hoorbaar, en het verraadt meteen waar iemand vandaan komt.
De woorden van dit nummer staan hieronder — zeg ze achter elkaar en let op je onderlip.
Te horen in: Duurt te lang (Davina Michelle) · Stiekem (Maan ft. Goldband)
De doffe e: de klank die je niet spelt
De onbeklemtoonde E wordt een korte, kleurloze klank — de sjwa. Hij komt in bijna elk woord van meer dan één lettergreep voor.
De spelling verraadt hem niet: dezelfde letter E is soms vol en soms dof, afhankelijk van de klemtoon.
Aan het eind van een woord is een losse -e bijna altijd dof, en in de uitgang -EN valt de n er in spreektaal gewoon af.
Wie elke E vol uitspreekt klinkt alsof hij voorleest; het Nederlands leeft juist van die verzwakking.
Te horen in: Parijs (Kenny B)
De R: kies er één en hou hem vast
Het Nederlands laat twee R'en toe: een tongpunt-R vooraan en een huig-R achter in de keel. Allebei zijn correct en beide hoor je op de radio.
Aan het EIND van een woord verandert hij vaak helemaal: hij wordt een doffe klank die meer op een korte «uh» lijkt dan op een medeklinker.
Daar valt niets te kiezen — die slot-R rollen klinkt meteen buitenlands.
Kies er dus één voor het woordbegin en laat hem aan het eind wegzakken.
Te horen in: Zoutelande (BLØF ft. Geike Arnaert)
Oefen het met de liedjes
In de app heeft elke les oefeningen, voorbeeldzinnen en vervoegingstabellen die uit de liedjes komen die je leert.